Vier grote ontwikkelingsgebieden waar je vaker over hoort zijn cognitief, sociaal, emotioneel en motorisch.
Bij een asynchrone ontwikkeling lopen de ontwikkelingslijnen niet gelijk, het kind ervaart en laat signalen van verschillende leeftijden zien.
Bij hoogbegaafde kinderen loopt het cognitieve stuk altijd voor.
Vaak lopen ze sociaal ook voor, doordat ze begrijpen wat iemand voelt en wat voor ‘regels’ er zijn in sociaal contact.
Emotioneel hoeft niet sterk voor te lopen. Ze begrijpen emoties vaak goed, maar het reguleren van de emoties kan nog lastig zijn. Bovendien zijn hoogbegaafde kinderen vaak intens, dit helpt niet mee met de emotieregulatie. Ze moeten dan extra hard werken aan een goede emotieregulatie.
Motorisch heeft te maken met je lichaam en ligt vaker rond de kalenderleeftijd. Dit hoeft dus niet voor te lopen.
(Let op: er wordt vaak gesproken van sociaal-emotionele ontwikkeling, sociaal en emotioneel moet je los van elkaar zien.)
Samenvattend lopen cognitief en sociaal vaak ver voor bij hoogbegaafde kinderen, emotioneel en motorisch hoeven niet ver voor te lopen maar kunnen ook rond het gemiddelde liggen. Een kind laat dan dus verschillende leeftijd zien. Dit kan frustrerend zijn voor een kind, ze kunnen bijvoorbeeld minder uitvoeren dan ze bedenken met hun hoofd.
Bijvoorbeeld als een kind bedenkt om een mooi bouwwerk te maken, maar het lukt niet goed om de onderdelen op elkaar te krijgen. Cognitief kan alles bedacht worden, maar motorisch is de uitvoering lastiger.
Een ander voorbeeld is als een kind over het bestaan van alles wilt weten en kan vertellen, maar wel een knuffel voor veiligheid meeneemt overal naartoe.
Communiceren met deze kinderen kan dan lastig zijn. Je kunt het beste reageren op het niveau van de vraag of het gesprek van het kind. Bij cognitieve voorlopende vragen op dat niveau reageren en bij emotionele uitbarstingen op dat niveau reageren.
Reactie plaatsen
Reacties